Klimaat en ozonlaag straks beter beschermd

Koelen en vriezen zijn aan regels gebonden. Deze hebben veelal betrekking op de gebruikte koudemiddelen. Dat is bekend. Maar die regels worden de komende jaren aangetrokken en bijgesteld. Wat gaat er gebeuren?

Eerst even de bestaande regels

Deze hebben onder andere betrekking op de koudemiddelen die men gebruikt. De meeste installaties zijn uitgerust met synthetische koudemiddelen: (H)CFK’s, HFO’s, HFK’s en f-gassen. De installateur moet beschikken over een F-gassencertificaat en de monteur over een F-gassendiploma.

De Europese wetgever scherpt de regels aan. Het koudemiddel R22 mag al enkele jaren niet meer worden bijgevuld. Dat geldt ook voor de koudemiddelen die met R22 zijn gemengd: R401, R402, R403, R408 en R409. De verwachting bestaat dat men het gebruik van synthetische koudemiddelen op de lange termijn verder terug zal dringen.

GWP-factor

Op de wat kortere termijn staat er nog wat anders te gebeuren. Vanaf 2020 worden koudemiddelen verboden die een GWP-factor (Global Warning Potential-factor) hebben hoger dan 2500. Die factor geeft aan in hoeverre de middelen de ozonlaag afbreken en de atmosfeer bedreigen met als gevolg opwarming van de aarde. Daar wil de Europese wetgever paal en perk aan stellen.

In de meeste koel- en vriesinstallaties wordt nu het koudemiddel R404 gebruikt, dat een GWP-factor heeft van 3200, ruim boven de 2500 die in 2020 van kracht wordt. Dat betekent dat het bestaande koudemiddel moet worden vervangen. Kijk voor informatie op Infomil.nl.

VERGELIJK ENERGIEVERBRUIK

Koelen en vriezen vergen energie, 24 uur per etmaal, 365 dagen per jaar. Dat houdt nooit op. Om de aangeboden stekkerklare apparatuur qua energieverbruik met elkaar te kunnen vergelijken heeft de Europese Unie in 2016 energielabels ingevoerd. Deze geven aan hoeveel energie een apparaat verbruikt. Daardoor kunnen kopers de verschillende merken en uitvoeringen met elkaar vergelijken. De energielabels zijn bij wet geregeld. Er mogen geen stekkerklare koel- of vriesapparaten worden verkocht zonder zo’n label.

Bekijk de vergelijkingssite van TOPTEN

Vragen bij aanschaf

Ondernemers of managers die een koel- of vriesinstallatie of stekkerklare koel- of vriesapparatuur aanschaffen zullen uiteraard op zaken als prijs, kwaliteit en geschiktheid moeten letten. Daarnaast zullen ze de leverancier ook moeten vragen naar het koudemiddel. Om welk middel gaat het? Tot wanneer is het nog toegestaan? En wat zijn dan de alternatieven? En zijn er wellicht vergelijkbare installaties of apparaten op de markt waarvan het koudemiddel langer meegaat?

Wat betekent dit voor de apparatuur? We leggen de vraag voor aan Uwe Reimer, commercieel directeur van Hoshizaki Europe waar Gram deel van uitmaakt. ‘De industrie beschikt over alternatieve koudemiddelen die onder de 2500 GWP zitten. Dus er is wat dit betreft geen probleem.’

‘Er zijn ook producenten, zoals wij’, gaat hij verder ‘die jaren geleden al zijn overgestapt op natuurlijke koudemiddelen. In dat geval hoeven de gebruikers voor 2020 niet om te schakelen op een ander koudemiddel.’

Natuurlijke koudemiddelen

De natuurlijke koudemiddelen zijn brandbaar. Daarom bepaalt de wetgever dat er niet meer dan 150 gram van dat middel in een koel- of vriesinstallatie mag zitten. Maar ook voor grotere installaties liggen er mogelijkheden. Als deze worden voorzien van aanvullende veiligheidsmaatregelen mogen ze met natuurlijke koudemiddelen worden gevuld.

De veiligheidsmaatregelen hebben hoofdzakelijk betrekking op sensoren en afsluiters welke bij een eventuele lekkage het systeem afsluiten, zodat er geen grote hoeveelheid koudemiddel vrijkomt. Dit geld trouwens ook voor CO2 en ammoniakinstallaties.

Tot 2022 kunnen grootkeukenleveranciers en hun klanten nog alles oplossen. Anders wordt het vanaf 2022. De Europese wetgever wil voor dat jaar toe naar een GWP van minder dan 150. Dat is vele malen lager dan die van 2020. Reimer: ‘Daar heeft de industrie nog geen passend antwoord op.’

Voor de duidelijkheid: Bij natuurlijke koudemiddelen speelt dit probleem niet. Die zitten ver onder de norm.

Verschil met China

Het beschermen van de ozonlaag en het klimaat heeft in Nederland hoge prioriteit. Maar hoe zit het met landen zoals China. Passen producenten daar ook de verscherpte regels toe ten aanzien van koude middelen? Uwe Reimer: ‘Zeker niet allemaal. Een middel als Freon N11 wat hier allang is verboden, wordt daar nog volop toegepast. Pas de laatste tijd letten ze daar een beetje op. Ondertussen wordt apparatuur met dit verboden koudemiddel wel in Europa op de markt gebracht.’

Onduidelijkheid

Op de vraag wat ondernemers en organisaties kunnen doen om na 2022 volgens de regels te werken met synthetische koudemiddelen, moet Reimer het antwoord nu nog even schuldig blijven. ‘Het is voor de industrie al onduidelijk wat er moet gebeuren. Daarom kunnen we nu ook niet zeggen wat onze klanten nu het beste kunnen doen. We kunnen wel oplossingen tot 2022 aanbieden.’

De klanten doen er in ieder geval goed om zich bij vragen te wenden tot erkende leveranciers, bijvoorbeeld van de NVLG, die weten wat de wetgever allemaal doet en gaat doen. Reimer: ‘Wij zijn doorgaans goed geïnformeerd. Daar zullen onze klanten van profiteren.’

Meer natuurlijke middelen

Hij voegt toe dat meer fabrikanten het voorbeeld van voorlopers zullen volgen om met natuurlijke koudemiddelen te gaan werken. ‘Toen wij dat in 2002 gingen doen werden we een beetje uitgelachen, nu zie je dat er steeds meer apparatuur wordt aangeboden die is uitgerust met natuurlijke koudemiddelen.’

Over de auteur:

Jaap de Graaf; hoofdredacteur | allesovercatering.nl |

Jaap de Graaf; hoofdredacteur | allesovercatering.nl |

Jaap de Graaf is een echte veteraan in het vakgebied. Door zijn hoofdredacteurschap voor meerdere magazines (waaronder Misset Catering) is hij zeer bekend binnen de branche. Daar-naast is hij initiatiefnemer van platform allesovercatering.nl en uitgever van Uitblinkers.